zaterdag 25 februari 2017

Het leven in één woord: voort

Theater aan de Slinger was voor iets meer dan de helft gevuld. En toch prees de zanger Houten dat er zoveel 'liefhebbers van het donkere lied' deze vrijdagavond op zijn muziek waren afgekomen.
Het typeert het zwartgallig optimisme van Alex Roeka. 
Maar het werd geen donkere avond. De tonen van cynisme verraden hoop en optimisme. Hij opende niet voor niets met 'Ik wil leven'. 
Tijdens een zelfgekozen sabbatical raakte hij meer en meer verdwaald in de kroegen en krochten van het leven. De psychotherapeut bij wie hij te rade ging, stuurde hem weer de studio in en het podium op: voort! 
"Wat wil je zeggen met je liedjes?, was zijn vraag. 
"Ik wil leven - het dient toch nergens voor."  
Het is ook het openingsnummer op zijn tiende album 'Voort'. Het voorlopig hoogtepunt van zijn oeuvre. 

De avond ervóór was hij in De Wereld Draait Door om 'De Enkeling' van Jules de Corte een plaats te geven in het Nederlandse Songbook. Wij kregen het (nu zonder autocue) te horen als toegift op een bijzondere avond. Een veelzeggende keus: 

"De enkeling staat op, omdat ie zelf zijn weg wil kiezen
Hij vecht tegen het monster van de middelmatigheid
Hij zal zolang ie leeft bij voorbaat elk gevecht verliezen"

Zo vrij kiest Roeka zijn weg en zijn woorden. Hij is het verlies voorbij, zoals iemand die het monster van de leegte in de ogen heeft gezien. 

Veel van zijn liedjes leidt Roeka in - humoristisch en spitsvondig. "We leven allemaal boven een afgrond en iedereen heeft een manier om uit de muil van die diepte weg te blijven". Voor de één is het voetbal. Voor Roeka zijn het zijn liedjes en (eerlijk!) het applaus.
"De geschiedenis speelt zich af achter onze rug. We denken er invloed op te hebben, maar hebben dat niet: ander zou een psychopaat nooit de leider van het machtigste land ter wereld kunnen worden."
Zo prikt hij talloze illusies door om te zeggen wat is. Maar hij wil niet somberen. 
De lange ballade 'De Gouden Rattenval' knipt hij in drieën. Om zo ruimte te maken voor zingen in de storm: 'Gezegend zij die blijven hopen - ook als er geen hoop meer is'. 
'Gezegend in de rafels van het weten de poëzie kunnen blijven zien'. 

Voort! zei zijn psychiater toen Roeka dacht van een sabbatical gelukkiger te worden. Niks navelstaren, niks tot jezelf komen, ga weer schrijven en zingen!
Dat klinkt activistisch maar zijn liedjes zijn filosofisch beschouwend, kwinkslagen bij je neiging jezelf en het leven al te serieus te nemen.
In 'Moeder' blikt hij (wee)moedig terug op gemis en gemiste kansen. Het is tegelijk een hartverscheurende kreet: ‘kijk nog eens goed naar uw verloren zoon’. Die herwonnen relatie geeft ruimte om los te laten. 'Om die diepe band te voelen onder alle praten - om u te kunnen laten gaan'. 
En om naar zichzelf te kijken: rauw en eerlijk, maar ook licht, mild en vergevingsgezind.

De illusies van het leven met zijn beperkingen worden prachtig vertolkt in 'De Schoonheid Van Mijn Val'. Een mild-kritische correctie op het ideaal van perfect-zijn dat we vaak vertalen in middelmatigheid. "Misschien word ik wel onsterfelijk door de schoonheid van mijn val".

Roeka is een dichter die zingt. Een beschouwer van het leven dat ongrijpbaar is. En onzegbaar vermoeiend zou de Bijbelse Prediker zeggen. 'We zijn maar een flinkering ... elk moment is van alles opnieuw het begin' (Lied Voor de Komende Tijd).


  
Hij begeleidt zichzelf op gitaar en banjo, basaal en zonder opsmuk. Met een donkere, krachtige stem. Zijn teksten worden versterkt door zijn begeleiders. Ook bij hen niet meer dan strikt nodig. De aanstekelijke percussie van Jeroen Kleyn die ingetogen én met brede gebaren het ritme accentueert en vaart (voort!) maakt en multi-instrumentalist Reijer Zwart die 'de beste solo' van dit tournee speelt.

Opvallend veel Bijbelse beelden passeren: "maak van het water in mijn kruiken uitgelezen rode wijn; en geef glans aan het gedrocht van mijn eindeloze tocht door de woestijn" (Mooie Meid). "Ik wil aan je kruishout sterven" (Nog Eenmaal Zoals Toen). 



Roeka bedankt het Houtense publiek en complimenteert het intieme Theater Aan De Slinger met de mooie akoestiek. Direct na het optreden verkoopt en signeert hij cd's. Met een zweetdruppel aan de neus praat hij geamuseerd en oprecht geïnteresseerd met zijn gasten. 

Gaat voort! Geef niet op! 







zondag 16 oktober 2016


We konden er in de Opstandingskerk natuurlijk niet om heen: Bob Dylan heeft de Nobelprijs voor literatuur gewonnen.
Al ging de naam van Dylan al een tijd rond, de keus voor een singer-songwriter als Nobelprijslaureaat is opmerkelijk. Zoals Rob Schouten in Trouw (17 oktober 2016) schrijft: het is een verschuiving van literatuur naar de schone kunsten. Zouden naast een zanger/liedjesschrijver ook beeldende kunstenaars de Zweedse prijs uitgereikt kunnen krijgen? Dan komt hij misschien nóg wel eens in aanmerking...





We zongen die zondag twee liederen: 'When the ship comes in' en 'I shall be released'. Een intuïtieve keus die -eerlijk is eerlijk- was ingegeven door verzet tegen al te voor de hand liggende keuzes als 'Blowing in the wind' of 'The times are a-changing'...
Bovendien wilden we een verband leggen met het bijbelverhaal dat gelezen werd (Jozef die verkocht wordt door zijn broers, Genesis 37). Daarin spelen verraad en jaloezie, maar ook bevrijding en hoop. Thema's die de schorre bard regelmatig vertolkt.

Neem zijn lied 'When the ship comes in'. De aanleiding ervan is een futiel ego-dingetje. Wanneer Dylan met zijn toenmalige muze Joan Baez in een hotel wil overnachten, wordt zijn metgezellin met alle egards behandeld. Hem wordt echter een kamer geweigerd. Hij is te sjofel gekleed. Vertoornd over deze afwijzing schrijft hij die nacht dit lied. Over wraak en genoegdoening, over de ultieme overwinning dat de oorspronkelijke aanleiding ver overstijgt.
Het wordt een lied met universele trekken. Met apocalyptische tonen en Bijbelse beelden (in het slotvers worden de farao en Goliath verslagen).

Oh, the time will come up when the winds will stop
And the breeze will cease to be breathin'
Like the stillness in the wind before the hurricane begins
The hour that the ship comes in
And the seas will split and the ship will hit
And the sands on the shoreline will be shaking
Then the tide will sound and the wind will pound
And the morning will be breaking


Een schip nadert de haven.



Het doet me denken aan een middeleeuws adventslied dat de komst van Maria met kind als kostbare lading bezingt:
"Er komt een schip, geladen tot aan het hoogste boord,
draagt Gods zoon vol genade, des Vaders eeuwig woord"
(Liedboek | Zingen en bidden in huis en kerk, 434)

Schepen spreken tot de verbeelding. Het gaan en komen in de haven, het delen van de reisverhalen, de doorstane gevaren, de lonkende verten.
Bij de Egyptenaren en de Grieken speelde het schip een rol bij het bevaren van de doodsrivier. Een bijbels verhaal is dat van de ark van Noach, die de redding van Noach en daarmee van de mensheid mogelijk maakt. De kerkvaders introduceerden het schip als beeld voor de kerk, vaartuig niet voor de doden maar drager van het heil, van het vleesgeworden Woord en van de opvarenden.

Bij Dylan niets over de kostbare vracht van het schip. Maar net als in de Middeleeuwse Marialiederen vaart het schip niet naar de eeuwigheid, maar luidt haar binnenkomst in de haven een nieuw tijdperk op aarde in.
De aankomst van het schip heeft kosmische gevolgen. De natuur houdt de adem in, er is een stilte voor de storm, voordat het schip de wateren splijt. Zoals eens Mozes deed bij de Rode Zee. De bevrijding is op handen. De Morgen breekt aan.
En alles wat leeft, leeft op: vissen en meeuwen lachen; rotsen hebben het beuken van het water getrotseerd en gewacht op dit moment: het uur U:

Oh, the fishes will laugh as they swim out of the path
And the seagulls they'll be smiling
And the rocks on the sand will proudly stand
The hour that the ship comes in
And the words that are used for to get the ship confused
Will not be understood as they're spoken
For the chains of the sea will have busted in the night
And will be buried at the bottom of the ocean


Het schip heeft alle tegenslagen en stormen doorstaan.
Opvallend: ook de vervloekingen van mensen. Wellicht zijn er mensen die de terugkomst niet meer gehoopt of verwacht hadden. Hun vervloeking verzuipt in de golven, alsof er een machtswoord gesproken is, dat sterker bleek dan het woeden van de wind en het opjagende water. Een stem die de stormen stilt.
Een stem? Hoor, het blijkt een lied te zijn (dít lied misschien?).
Vraag is wie het zingt? De opvarenden?
Zoals de dichter bij de brug van Bommel ontdekt als hij 'de moeder de vrouw' op het dek ziet staan: 'en wat zij zong, hoorde ik dat Psalmen waren' (Martinus Nijhoff).

A song will lift as the mainsail shifts
And the boat drifts on to the shoreline
And the sun will respect every face on the deck
The hour that the ship comes in
Then the sands will roll out a carpet of gold
For your weary toes to be a-touchin'
And the ship's wise men will remind you once again
That the whole wide world is watchin'


Een lied klinkt, en een zandkleurige, nee gouden loper wordt uitgerold voor het oog van alle mensen. Als wordt de binnenkomst van het vlaggenschip geprojecteerd op alle beeldschermen ter wereld. "Alle knie zal zich buigen..." schreef een andere zeevaarder, de apostel Paulus.
Buigen doe je uit eerbied, maar het is ook een teken van overgave...

Oh, the foes will rise with the sleep still in their eyes
And they'll jerk from their beds and think they're dreamin'
But they'll pinch themselves and squeal
And know that it's for real
The hour when the ship comes in
Then they'll raise their hands sayin' we'll meet all your demands
But we'll shout from the bow your days are numbered
And like Pharaoh's tribe they'll be drownded in the tide
And like Goliath, they'll be conquered


Hadden de stuurlui aan de wal niet (meer) op de komst gerekend? Had de tocht langer geduurd? Komt het schip als een dief in de nacht? In ieder geval wrijven de mensen op de kade de slaap uit de ogen. Ze worden verrast.
Maar het is geen nachtmerrie.
De vrienden van Jezus dachten ook ooit in zo'n bange droom terecht gekomen te zijn. Eén van hen schrijft:

Meteen daarna gelastte hij [Jezus] de leerlingen in de boot te stappen en alvast vooruit te gaan naar de overkant, hij zou ook komen nadat hij de mensen had weggestuurd. Toen hij hen weggestuurd had, ging hij de berg op om er in afzondering te bidden. De nacht viel, en hij was daar helemaal alleen. De boot was intussen al vele sta
diën van de vaste wal verwijderd en werd, als gevolg van de tegenwind, door de golven geteisterd. Tegen het einde van de nacht kwam hij naar hen toe, lopend over het meer. Toen de leerlingen hem op het meer zagen lopen, raakten ze in paniek. Ze riepen: ‘Een spook!’ en schreeuwden het uit van angst. Meteen sprak Jezus hen aan: ‘Blijf kalm! Ik ben het, wees niet bang!’ 

[Petrus loopt dan over het water naar Jezus toe. Wanneer hij dreigt te verdrinken, grijpt Jezus hem vast].
Toen ze in de boot stapten, ging de wind liggen. In de boot bogen de anderen zich voor hem neer en zeiden: ‘U bent werkelijk Gods Zoon!’ (Matteus 14)

De wind gestild, de chaosmachten getemd.
In Dylans lied worden de vijanden overwonnen. Zijn dat mensen? Machten? Is het mijn angst?
In de slotregels krijgen ze namen: de legers van de farao van Egypte. Overwonnen door een nietig volkje van slaven. En de herdersjongen David is sterker dan de reusachtige braller Goliath.

In het Nieuwe Testament wordt ook zo'n lied gezongen, door een jonge vrouw.

Hij toont zijn macht en de kracht van zijn arm
en drijft uiteen wie zich verheven wanen,
heersers stoot hij van hun troon
en wie gering is geeft hij aanzien.
Wie honger heeft overlaadt hij met gaven,
maar rijken stuurt hij weg met lege handen.
(Lied van Maria, Lucas 1)

Protestliederen zijn zo oud als de Bijbel.



In die traditie zingt Dylan. Met als aanleiding een incidentje in een hotel is het een lied van overwinning geworden: "Free at last!"
En bijzonder: de eerste keer dat hij 'When the ship comes in' zingt met Joan Baez is tijdens de March on Jobs and Freedom, Washington, 28 augustus 1963.
Inderdaad, de massale demonstratie waar Martin Luther King zijn profetische toespraak hield: "I have a dream!"

...the morning will be breaking




maandag 29 augustus 2016

De ziel gaat te voet

Met een goede vriend ben ik met tussenpozen onderweg naar Assisi. Inmiddels zijn we de Eifel doorgestoken.
Elk dag lezen we op onze pelgrimage een verhaal uit de Fioretti, de bloempjes van Franciscus.


Zaterdagmorgen, nog vóór het ontbijt, verlaten we onze herberg. We ontdekten dat aan de andere kant van de heuvel het Franciscanerklooster van Vossenack ligt. De herbergierster had ons gezegd dat het voor geoefende lopers (had ze dat goed ingeschat?) twintig minuten lopen was. Het wordt een stevige klim en net op tijd bereiken we een uitgestorven internaatcomplex.



Op het grasveld vóór de kerk staat een prachtige sculptuur van Franciscus met de wolf van Gubbio. Eén van de verhalen uit de Fioretti, de bloemlezing verhalen over de man uit Assisi.
Het beeld raakt en ontroert me. Het gevaarlijke beest lijkt getemd door het kleine mannetje, het lijkt wel of ze dansen…


Inmiddels is er een auto gestopt. De bestuurder verdwijnt in het kerkgebouw. Hij lijkt ook echt verdwenen. De grote kerkzaal is leeg en ook in de dagkapel treffen we niemand. We bellen aan en na enig wachten verschijnt een pater. Hij is druk met de voorbereidingen van de mis. “Maar welkom!. Natuurlijk kunt u de viering meemaken, als jullie afdalen naar de crypte…”


Daar treffen we naast de chauffeur een dame aan. We schuiven in de bank vóór hen. Vijf mensen in een vrijwel verlaten complex vieren de mis. De pater durft het aan om enkele liederen op te geven en, mede door de krachtige vrouwenstem achter ons, klinkt het best.
Na afloop vertelt de pater dat hij ooit les gaf in Roermond en verontschuldigt zich voor de kleine bezetting vanochtend. Vakantie. De meeste broeders zijn ook uithuizig. Hij vraagt naar onze reis en we vertellen dat we in etappes onderweg zijn naar Assisi. Hoe lang denken we daarover te doen? “Tien jaar of meer? Dat heb ik nog nooit gehoord! Dan mag u wel gezond blijven…!”
Ik leg uit dat dat laatste de reden is dat we het plan dat we aanvankelijk voor na ons pensioen in gedachten hadden, maar naar voren gehaald hebben. En of we gezond blijven? Niemand die het weet.
Maar de ziel gaat te voet. Een pelgrimage brengt je op onverwachte plaatsen. En biedt onverwachte ontmoetingen.



Na de mis sta ik nog even stil bij Franciscus en de wolf. De heilige ging kennelijk niet alleen om met kwetsbare schepsels als vogels en armen. Ook de sterken zoekt hij op.
De inwoners van Gubbio worden geterroriseerd door een wolf. Het gevaar komt van buiten! In plaats van zich te verschansen achter de veilige muren treedt hij het gevaar tegemoet. Hij spreekt de wolf vermanend toe en zegt: toon je zwakheid. Laat de mensen van Gubbio weten dat je honger hebt.
Daarmee zou het verhaal afgelopen kunnen zijn. Maar Franciscus keert terug naar de stad en ook de bewoners krijgen een donderpreek. Zorg goed voor dat beest! Geef het te eten. Het ware gevaar schuilt niet buiten, maar in je eigen gewelddadige hart. Als je samen een gewelddadige wolf verzorgt en van eten voorziet, is het niet zo voor de hand liggend elkaar te verslinden…
Franciscus moet de wolf in zijn eigen hart wel erg goed in de ogen hebben gekeken om zo met het kwaad en zijn medemensen om te kunnen gaan. En te zoeken naar verzoening. Tussen mensen. Tussen mensen en de natuur. Tussen mens en God.
We hebben nog niet ontbeten. Maar met de bete broods van de eucharistie en dit verhaal lopen we welgemoed terug naar onze herberg. In stilte bid ik: verlos me van mijn zelfzucht, de hongerige wolf die nooit genoeg heeft.

De titel van deze blog en het idee op elke dag van onze pelgrimage naar Assisi te lezen uit de Fioretti ontleen ik aan het gelijknamige boek, De ziel gaat te voet | Met Franciscus Op Pelgrimstocht Naar Assisi. Auteurs: Herman Andriessen & Ciel Mooren.
Zij liepen een andere route dan wij. Dat is overigens één van de charmes van pelgrimeren naar Assisi. De route is niet voorgegeven en wordt ook niet massaal gelopen. Je zoekt en vindt je eigen weg.


dinsdag 29 december 2015

'Bevlogen van een vergezicht': dominee en dichter bij vogels


Vandaag wordt Jaap Zijlstra begraven. Vanuit de kerk die hem lief was, Zunderdorp.
Als eerbetoon aan hem en zijn werk als predikant, dichter en liedschrijver, maak ik deze op kerkliedwiki.nl de gegevens van zijn liedbundel 'Van harte brengen wij U lof. Liederen' (Kampen 1993) compleet. Een afwisselende bundel. Sommige werden opgenomen in andere bundels zoals 'Zingend Geloven' en de Evangelische Liedbundel. In 'Liedboek. Zingen en bidden in huis en kerk' werden 19 van zijn liederen en twee gedichten opgenomen.

Ik word getroffen door het Lied van de zwaluw, dat Jaap Zijlstra opdroeg aan Willem Vogel. Vreemd genoeg schreef de componist voor dit lied niet de melodie (wel voor talloze andere schrijfsels van de dominee-dichter).

Met een mengeling van bewondering, jaloezie en het besef van onbereikbaarheid beschouwt de dichter met beide benen op de grond de capriolen van de (gier?)zwaluw. Als een dichter schrijft de zwaluw zijn tekens aan het firmament. Hij behoort tot onze wereld, maar heeft als trekvogel ook een ander thuis. Hij nestelt in het huis van onze gebeden maar kent ook het land voorbij de horizon. 'Bevlogen van een vergezicht' dat in ons verlangen wekt van de grote zomer.

De theoloog Jaap Zijlstra deelde zijn liefde voor vogels met veel van zijn vakgenoten.
"Dat zich onder predikanten en theologen doorgaans veel liefhebbers van vogels bevinden, is niet enkel een uitvloeisel van Jezus opdracht in Mattheus 6,26, maar hangt ook samen met de voor het geloof vruchtbare ervaring, dat je meer ziet naarmate je beter leert luisteren."
(Jeannet Dekker in een stelling bij haar proefschrift: De rotsvaste fundering van Sion. Boekencentrum 2004).

De Anglicaanse priester en dichter RS Thomas was een verwoed vogelaar. Kort geleden werd een vogelhut naar hem genoemd in Ynys Hir estate (Wales).
Ook de Britse theoloog John Stott (1921-2011) was een enthousiast vogelaar. Hij muntte de term voor een 'nieuwe tak van wetenschap': orni-theologie. Zie zijn 'The birds our teachers'.

Ook in de gedichten van Jaap Zijlstra komen vaak vogels voor:

Meeuw

Je staat voor de verlichte hinderpalen
van een geheven brug,
verboden naar de hemel op te varen
of welke hoge vlucht.

Beneden je, boordevol licht,
in de wateren onder de aarde,
een in zichzelf verzonken schip
opvarende in de laagte

Je staat tussen wolken en water
verroert geen vin, laat geen veer -
de kanteling van een meeuw
en kijk, de brug legt zich neer.

(uit Boven de wind uit: Jaap Zijlstra en Loes Botman)

De laatste jaren plaatste Jaap Zijlstra elke avond (meestal tegen middernacht) een gedicht op Facebook. Op 8 december 2015 schreef hij zijn laatste bijdrage. Ook nu weer met een vogel-verwijzing:
“Facebook-vrienden, tot mijn verdriet deel ik u mee, dat ik niet langer gedichten zal plaatsen. Ik ben er niet meer toe bij machte. Als u iets verheugends voor mij wilt doen, schrijft u dan volgend gedicht nauwkeurig over en bewaar het [Bij deze]:

VERWACHTING
Als de dag begint te doven
en de zon mij niet meer ziet,
als de schemering gaat komen
en ik stil word van verdriet,
als de nacht valt en mijn vogel
niet meer opdaagt met een lied –
na mijn duisternis Uw licht,
na mijn zwijgen Uw gedicht.

vrijdag 4 december 2015

Letter vreten


Twee meiden van de stepgroep wilden dit keer zelf de bijbelstudie verzorgen. Op de vooravond van het heilig avondje moest het gaan over Sinterklaas.
Een bijbelstudie over een bisschop wiens sterfdag tot op de dag van vandaag gevierd wordt en vermengd is met allerlei heidense gebruiken?
Mijn zegen hadden ze.

De meiden hadden zich goed voorbereid. En allerlei weetjes verzameld. Het werd een boeiend en leerzaam avondje.
Alleen hun uitleg over het eten van (boter- en chocolade) letters bevredigde mij niet.
Als theoloog vond ik dat daar meer in zat. Maar wat?
Tot ik bij Okke Jager (in: Daglicht. Bijbels dagboek; hij heeft het weer van Anton van Duinkerkens legende 'De geschiedenis van sinterklaas') las dat de bisschop van Myra geen boeken heeft geschreven. Hij was namelijk bang dan te veel naar de letter verstaan en aan de letter gehouden te worden.



Op een bisschoppenvergadering (Nicea?) zei Nicolaas: "De geest kan het gespróken woord beter begrijpen dan van het geschreven woord. Zei de engel in het boek Openbaring niet tegen de apostel Johannes: 'Eet de boekrol op'".
Hierop concludeert Nicolaas: "Er worden te weinig boeken opgegeten. Ik zou wel willen schrijven, als ik het doen kon in eetbare letters. Het evangelie wordt meestal beter verstaan in letters van brood dan in letters van steen."
Hierin zit ongetwijfeld een zinspeling op Arius (inderdaad concilie van Nicea, A.D. 325), een theoloog die het evangelie probeerde in te voegen in het wijsgerig godsbegrip van die tijd. Hij bepleitte een absolute, ongenaakbare God. Jezus zag hij als een 'mindere' persoon. De wereld verzaken als een asceet was de levenstijl die Arius voorstond.
Als Arius nu leefde, zou hij tegen een vrolijk heilig avondje met chocoladeletters protesteren als was het ongeoorloofde overdaad. Alleen al dáárdoor (en dus niet alleen door zijn afwijzing van de Drievuldigheid) zou hij laten zien dat hij een ketter was, aldus Okke Jager.
Met zo'n ongenaakbare God kun je geen feestje vieren. Laat staan elkaar met rijmelarij plagen onder het genot van warme chocola en pepernoten.
Het geloof van Arius is niet eetbaar. Ketterijen lijken wel lekker, maar ze zijn uiteindelijk niet te genieten.
Terwijl, dat laat de eucharistie zien, God toch is om op te vreten. Neem en eet. Want God is goed.


woensdag 11 november 2015

Sint Maarten


Ida Gerhard dicht: De Oproep.

Sint Maarten. – Het lichtende lint
van de kinderoptocht, de rij
die zijn liedje zingt, huis aan huis,
bij de ommegang met de lampions.
Geposteerd op de welvende brug
van de gracht waar zij gaan om de bocht,
zie ik halverwege de stoet
hem naderen met dansende gang,
de havenjongen, het kind
dat hier soms, als er feest is, verschijnt
en mij door zijn schoonheid vervaart.

Ik volg hoe hij voetelings komt,
en hij kijkt omhoog naar de plek
waar ik sta. – Het heeft zo moeten zijn:
en hij roept, als een vogel, triomf.
En ik kantel het van mij af,
Het onzalig voordien; en ik weet,
als wie dakloos is na een brand,
dat ik niets meer en alles bezit.
Hij is het: ik heb hem herkend,
herkend aan de tweelingster
van zijn ogen, en aan de kroon
van het stralende, waaiende haar.

En met lachende jongenstrots
heft hij om hoog als een toorts
zijn lampion aan de stok,
en draagt hem zingend ten toon.
Eroos Anikètos, de zoon
Van Penia en Poros.

De Zomen van het licht, p.10.

vrijdag 11 september 2015

Pelgrimeren is lopend stilstaan


'Pelgrimeren - de reis van je leven'
Dat is het thema van de startzondag in onze kerk. En zo lopen we het nieuwe seizoen in. Van pleisterplaats naar pleisterplaats. De ene keer is dat de zondagse viering, dan weer een mannencafé over een pelgrimage naar Santiago. Of een cursus 'Vertrouwen op de weg van vergeving'.

Zelf ben ik sinds vorig jaar met een goede vriend op weg gegaan naar Assisi. In het spoor van Franciscus.
Elke dag lezen we één van de vele verhalen die van hem verteld worden. Dat idee deed ik op in het prachtige boek van Herman Andriessen en Ciel Mooren, De ziel gaat te voet.
Op één van de eerste dagen lazen we dit 'bloempje'. Niet voor niets over het gaan van de (goede) weg.
[De Fioretti is een bundeling verhalen die opgetekend zijn door een minderbroeder uit Toscane ongeveer honderd jaar na de dood van Franciscus (1181-1226). Hij baseerde zich hiervoor op een Latijns werk 'Actus beati Francisci et sociorum eius', 'Handelingen van de zalige Franciscus en zijn gezellen' en herschreef de verhalen in het Italiaans voor mensen die geen Latijn konden lezen. De uitstraling van het boek was heel groot in de middeleeuwen en ook lang daarna. Het werk werd in verschillende talen vertaald, waaronder tien keer in het Nederlands. In 1999 werd het boekje, na veertig jaar, opnieuw vertaald door Linda Pennings (‘De Fioretti’, uitg. Gottmer).
De enkele verhalen die ik had gelezen spraken mij aan omdat ze iets doen oplichten van de spirit van Franciscus, van de Geest die hem bezielde, van het elan waarmee hij leefde. Ik voelde er een diepere laag in, die op een speelse, poëtische manier naar buiten werd gebracht.]

Hoe Sint-Franciscus broeder Masseüs opdroeg een paar keer rond te draaien en toen naar Siena ging
Op een dag was Franciscus op pad met broeder Masseüs, die een eindje voor hem uit liep. Toen ze bij een driesprong kwamen, vanwaar wegen naar Florence, Siena en Arezzo voerden, vroeg broeder Masseüs: “Vader, welke weg moeten we inslaan?” Franciscus antwoordde: “De weg die God wil.” Daarop vroeg broeder Masseüs: “En hoe kunnen wij weten wat God wil?” Franciscus antwoordde: “Door het teken dat ik je zal laten zien. Daartoe gebied ik jou in naam van de heilige gehoorzaamheid op deze driesprong, daar waar je nu staat, in de rondte te draaien zoals kinderen doen en niet eerder op te houden dan wanneer ik het zeg.”
Broeder Masseüs begon rond te draaien, en hij bleef zo lang draaien dat hij van de duizeligheid die je daarvan krijgt een paar keer op de grond viel. Maar omdat Franciscus niet zei dat hij moest stoppen en hij trouw wilde gehoorzamen, stond hij telkens weer op en begon opnieuw. Uiteindelijk, toen hij nog steeds ijverig aan het ronddraaien was, zei Franciscus: “Sta stil en verroer je niet.” Hij stond stil en Franciscus vroeg: “Naar welke kant wijst je gezicht?” Broeder Masseüs antwoordde: “Naar Siena.” En Franciscus zei: “Dat is de weg die God ons wil laten gaan.”
Terwijl ze over die weg voortliepen, verbaasde broeder Masseüs zich hogelijk over wat Franciscus hem, voor het oog van passerende burgers, als een klein kind had laten doen; maar uit eerbied durfde hij de heilige vader niets te vragen. Toen ze Siena naderden en de mensen van de komst van Franciscus hoorden, kwamen ze hem tegemoet en droegen ze hem en zijn gezel in hun verering naar het bisschopshuis.
Nu waren er op dat moment in Siena enkele mannen in een vechtpartij verwikkeld, waarbij al twee doden waren gevallen. Toen Franciscus dat zag, begon hij met zoveel devotie en heiligheid tot hen te preken dat hij allen tot vrede en grote eendracht en harmonie bracht. De bisschop, die van deze heilige daad van Franciscus hoorde, nodigde hem uit in zijn huis en bood hem met veel eerbetoon gastvrijheid voor die dag en voor de nacht.
Toen zag broeder Masseüs duidelijk in dat Franciscus de geheimen van zijn hart kende, en besefte hij dat de heilige vader in al zijn daden gestuurd werd door de geest van de goddelijke Wijsheid.

Je hart volgen en gewoon maar gaan en doen wat op je weg komt.

Dat gezegend is
deze tijd van groei en bloei.

Dat gezegend is
deze periode van minderen en loslaten.

Dat mijn rennen
wandelen
en mijn dadendrang
genieten worden.

Dat juist nu
vriendschapsbanden
sterker worden.

Dat ik de tijd neem
stil te staan bij
hetgeen mij draagt.

Dat ik leef
in verbondenheid met mijn ziel
en met respect voor mijn lichaam.

Dat ik geniet
van wat mensen mij bieden
en van wat de natuur mij schenkt.

Dat het een tijd zal zijn
waarin ik ga met
de kracht van de hemel,
het licht van de zon,
de jacht van de wind,
de vastheid van de aarde.

Peter Denneman, in: Marcel Barnard, red., Zeggen en zwijgen. Oecumenisch gebedenboek voor alledag, Zoetermeer 2005, 117.

woensdag 5 augustus 2015

In Flanders fields


Afgelopen zomer was ik met de stepdancegroep van onze kerk op stap. Elk jaar maken ze een zomerreis. Nu eens naar een festival in Praag, dan weer een verre reis naar het arme Moldavië. Dit jaar was, rekening houdend met de jonge leeftijd van een aantal deelnemers, de reis minder ver. We streken neer in een mooi kasteel in Thumeries, vlakbij Lille. Naast de verschillende presentaties nodigde de omgeving ons onder andere uit voor een uitstapje naar Ieper en Dirksmuide. Het was voor mij voor het eerst dat ik wat te zien kreeg van de Eerste Wereldoorlog, die hier 'La Grande Querre' genoemd wordt.



We liepen in Dirksmuide door De Dodengang, een kilometerslange loopgravenstelsel. Bizar om te realiseren (als dat al kan) dat de soldaten elkaar hier op soms maar tientallen meters van elkaar jaren lang bestookten. Inderdaad een dodengang. En zonder het gas, de modder, de lijklucht, de doden en gewonden een bijna steriel monument.
Er bloeiden volop klaprozen, kwetsbaar en hoopvol.



In Flanders fields the poppies blow
Between the crosses, row on row
That mark our place; and in the sky
The larks, still bravely singing, fly
Scarce heard amid the guns below.

We are the Dead. Short days ago
We lived, felt dawn, saw sunset glow,
Loved, and were loved, and now we lie
In Flanders fields.
Take up our quarrel with the foe:
To you from failing hands we throw

The torch; be yours to hold it high.
If ye break faith with us who die
We shall not sleep, though poppies grow
In Flanders fields.

Diezelfde avond waren we in Ieper. NRC had op 10 juli bericht dat in de Menenpoort voor de 30.000 ste keer de Last Post was geblazen.



In dit jubileumjaar wordt elke avond de naam genoemd van één van de gevallenen. Dit keer een jonge Schotse soldaat, 19 jaar oud. Hij was aanvankelijk afgekeurd, niet geschikt om te dienen in het leger. Op voordracht van zijn vader, officier in het Britse leger, werd hij alsnog toegelaten, ingescheept en gelegerd in de buurt van Ieper. Op de negende dag van zijn in diensttreding werd hij geraakt door een kogel, dwars door zijn helm heen. Hij had zelf amper een schot gelost. Een jonge vent, in de bloei van zijn leven gedood. Eén van de miljoenen die stierven.
Ik had gedacht bij de Menenpoort heldenverhalen te horen, van moed, beleid en trouw. Maar ik hoorde dit relaas van een schijnbaar zinloze, nutteloze inzet. Zo jong, en dan al zo dood.

Een kind schrijft:

Als je nou eens niet kon sterven, zou je dan op zwemles gaan?
Van de hoge duikplank duiken? Zeilen zonder zwemvest aan?
Op de hoogste bergen klimmen? Op de smalste richels staan?
Langs de diepste kloven lopen? Was daar dan nog wel wat aan?
Als je nou eens niet kon sterven, was vakantie dan nog fijn?
Zou je je nog steeds verheugen, op dat reisje met de trein?
Zou je van het strand genieten, van de zee, de zonneschijn?
Van de ijsjes, van de frieten, zou je dan gelukkig zijn?

uit: Doodgewoon, van Bette Westera en Sylvia Weve

Vlak daarvoor hadden we uitgelaten pratend met de groep tieners frieten gegeten.
En lopend naar de auto dacht ik aan die fragiele klaproos: juist dat we kwetsbaar zijn, dat het mis kan gaan, dat het leven stuk gaat, dood, maakt het leven zo bijzonder.
Ík ben de naam van die 19-jarige soldaat al weer vergeten. Maar die avond klonk zijn naam. Temidden van honderden bezoekers. En de doedelzakspelers speelden hun melancholieke, slepende muziek. 'Amazing Grace' herkende ik. Voor de 30.010e keer klonk de Last Post. Die avond in Ieper. 'Known to God' - geborgen bij God.

dinsdag 17 februari 2015

Nieuw dagboek mediteert iedere dag bij een lied

Het nieuw liedboek heeft in onze kerkelijke gemeente en in tal van kerken al goed ingang gevonden. De ondertitel van het Liedboek, Zingen en bidden in huis en kerk geeft al aan dat het gaat om zingen én bidden. En dat dat niet opgesloten kan worden in de kerk. Er is ook nog de binnenkamer, de ziekenkamer of de cel in de gevangenis. Er is ook de tafel in het studentenhuis en de het verzorgingshuis.
Om het gebruik van het Liedboek in die diverse mogelijkheden te verkennen en te stimuleren, in het persoonlijk en gemeenschappelijk geloofs- en gebedsleven, nam uitgeverij Boekencentrum het initiatief voor dit dagboek.
Ik vond het leuk en simulerend om er aan mee te werken. Allereerst omdat het dagboek geredigeerd is door mede-gemeentelid Nienke van Andel. Binnenkort promoveert zij op de totstandkoming van het Liedboek.
Zelf stimuleerde het mij om het Liedboek verder te verkennen. Dat had wat weg van een wandeling. Dwalend door het landschap van liederen en gebeden, kreeg ik mooie uitzichten te zien, werd mijn aandacht getrokken naar details of mooie beelden of woordgebruik. Soms was het de melodie die me meenam. Ook teksten die me aanvankelijk niet zo aanspraken, kregen zeggingskracht.
De titel van het dagboek is ontleend aan lied 1002. Mooi gekozen omdat dat lied gaat over zingen dat jou maakt tot wie je bent:
'Maar wie zijn wij? Wij gaan op pad,
zingen elkaar de toekomst in.
Wij struikelen en staan weer op:
iedere dag een nieuw begin'.

Iedere dag een nieuw begin biedt verschillende ingangen om het Liedboek te gebruiken voor persoonlijke overdenking of als vergaderopeningen. Daarnaast kan het boek prima functioneren als bron voor meditatie en gebed.
Elke week bestaat uit zes overdenkingen van de hand van een theoloog en één bijdrage waarin vanuit muzikaal oogpunt op een lied wordt ingegaan.
Het boek bevat het boek 52 thema’s, één per week. Uiteenlopende thema’s als dank, bevrijding, verwondering en woede komen aan bod.
Een register op liednummer maakt dat dit boek ook als een naslagwerk kan dienen.
De auteurs die meewerkten zijn afkomstig uit verschillende kerkgenootschappen en contexten: Nienke van Andel, Wim Ruessink, Kees Baggerman, Marrit Bassa, Aviva Boissevain, Judith Cooiman, Harrie de Hullu, Rosaliene Israël, Marloes Meijer, Rinske Scholten, Martin Snaterse, Jan Willem Stam en Ingrid de Zwart.
Zie voor meer informatie over dit boek http://bit.ly/1yxjbyH. Je kunt daar ook de eerste pagina’s bekijken.
Het boek is verkrijgbaar in de boekhandel.
Gebonden uitvoering, 384 blz., Prijs: € 22,50
ISBN 978 90 239 2868 3
Ook verkrijgbaar als ebook, ISBN 978 90 239 7914 2, € 12,99

donderdag 27 november 2014

Een apocalyptische (én verborgen) kerst


De kerkelijke kalender loopt vóór op de wereldlijke. Zondag begint met de advent een nieuw jaar. De wereld wacht nog 31 dagen...
Het leesrooster biedt ons voor die zondag niet de aankondiging van de geboorte van de Messias. Nee, we horen (en zien) apocalyptische beelden: sterren storten ter aarde, oorlogen, chaos, duisternis.
Het gaat niet over het begin maar over het einde.
De krant en het journaal als Goede Boodschap?


Maar het ging toch met advent om de komst van een lieve, kleine baby, gewikkeld in doeken? Hoe zo: een compleet nieuw begin?
Wat een vondst van de kerk om de voleinding, de zondagen dat het om de laatste dingen gaat, te verbinden met een nieuw, onverwacht begin.
De eindtijd en de begintijd schuiven in elkaar.


Datzelfde gebeurt ook in de film 'Children of men' naar een roman van P.D. James. Zij overleed vandaag op 94 jarige leeftijd. James werd bekend met haar detectives waarin speurder Adam Dalgliesh de hoofdrol speelt. De verfilming van haar novel 'The Children of men' is prachtige mengeling van actie en inhoud.
(Een mooi interview met de barones of Holland Park vind je hier: https://www.youtube.com/watch?v=Z6k6OdfMZyc Een openbaar interview dat begint met gebed!)


Children of men
We schrijven 2027, de jongste persoon op aarde wordt vermoord.
Wíj vermelden de oudste mens in het Guinness Book of Records. Maar in wereld van de The children of Men telt de jongste mens. Want de mensheid kan zich niet meer voortplanten en sterft langzaam maar zeker uit. (Saillant verschil tussen boek en film: in de eerste zijn de mannen, in de tweede de vrouwen onvruchtbaar; het eerste lijkt me 'bijbelser').
Wanneer de laatst geboren persoon, Baby Diego, op zijn achttiende om het leven komt, ontstaat er een gewelddadige chaos. De wereld staat in brand, we tuimelen in een mondiale chaos van het ene apocalyptische beeld in het andere. Bendes van diverse levensovertuigingen trekken massaal de straten op om zwaar bewapend hun gelijk te halen. Ondertussen weert Engeland alle immigranten en zet vast in kooien en kampen.


Kerstverhaal
Maar te midden van chaos en willekeur, tussen de met illegalen volgestopte kooien, is er een glimp van hoop.
De voormalig revolutionair Theo (!) Faron wordt ingeschakeld om de meestgezochte persoon op aarde te beschermen: de laatste zwangere vrouw. Theo moet een jong zwart en zwanger meisje redden.
'Hoe ben je zwanger geworden?', vraagt Theo verbaasd. 'Ik ben maagd' grapt de aanstaande moeder die niet weet wie de vader is.
Theo loodst haar veilig door de beschietingen, even is er zelfs door toedoen van het kind een staakt het vuren. Om uiteindelijk moeder en kind via de kotter Tommorow over te dragen aan The Human Project — een pacifistische organisatie die alleen maar lijkt te bestaan als je er ook werkelijk in gelooft.


Het deed me denken aan die andere, oudere apocalyps, het laatste bijbelboek, Openbaring 12:
Met een visionair oog ziet Johannes en vrouw die op het punt staat haar kind te baren. Ze wordt bedreigd door een zevenkoppig monster, dat met een zwiep van zijn staart een derde van de sterren van het firmament veegt. De vrouw baart leven, de draak zaait dood en verderf. Maar het kind en de moeder blijven gespaard.

De heilige maagd, Herodes, de stal met stro (een vervallen en verlaten fabriek met een krakkemikkege vloer), ze zijn allemaal in dit futuristisch hervertelde kerstverhaal herkenbaar.

De film is een uitdagende combinatie van stijlen. In het gewaad van science fiction, van oorlogsfilm (bloed spat op de lens terwijl ook de cameraman schuilt voor de kogels), maar ook van komedie (de auto start niet, de wielen lopen vast in de modder en toch worden onze helden niet door de schurken ingehaald), zien we hoe Het Kind het redt en gered wordt.
Of en hoe het kind ook ons redt, blijft open.
Maar het roept wel de vraag op: Waar zou de Messias vandaag geboren worden?
Die vraag stelt de film niet expliciet. De schrijfster van de novelle is zelf christen, maar haar hoofdpersonen zijn dat vaak niet expliciet. Zij noemt haar karakter in haar detecievserie, inspector Adam Dalgliesh, een 'reverend agnostic'.
'I am not writing to convert people to anything' zegt lady James.