vrijdag 24 november 2017

The Square - Een pijnlijk ongemakkelijke satire




Met The Square won regisseur Ruben Östlund een Gouden Palm in Cannes. Met een kunstuiting fileert hij de kunstwereld die model staat voor de Europese samenleving.

Twee zusjes verkennen met hun vader de nieuwe tentoonstelling in het museum waarvan hij directeur is. Bij de ingang moeten ze kiezen. Links af: als je anderen niet vertrouwt. Rechtsaf: als je anderen wel vertrouwt. Ze kiezen de laatste optie om vervolgens uitgenodigd te worden hun mobieltje en portemonnee achter te laten in een leeg vierkant op de grond. Hun vader vraagt vriendelijk en uitnodigend hoe zij dit kunstexperiment vinden. En of ze denken of hun eigendommen er nog liggen als ze terugkeren. 


De kinderen, zo blijkt, zijn de enigen die dit experiment van vertrouwen aandurven. Ook hun vader kan niet leven naar zijn ideaal dat je leven op vertrouwen is gebaseerd. 

Aanvankelijk zien we een sympathieke, maatschappelijk betrokken museumdirecteur die druk in de weer is het nieuwe kunstproject The Square te promoten: een conceptueel kunstwerk dat bestaat uit een verlichte rechthoek op het plein voor het museum. Bezoekers die in het vierkant gaan staan, beloven elkaar met gelijkwaardigheid, liefde en respect te behandelen. Daarbij komt dat wie in het vierkant om hulp vraagt, geholpen moet worden door omstanders. 
Christiaan zelf doet twee keer een beroep op omstanders. De eerste keer nadat zijn telefoon en portefeuille bij een straatroof gestolen zijn. De passanten in de drukke winkelstraat van Stockholm negeren hem. De tweede keer doet hij in paniek een beroep op een Oost-Europese bedelaar. Door hem wordt hij geholpen als door de barmhartige Samaritaan.  

Christian heeft het met zichzelf heeft getroffen. Als directeur van het museum voor moderne kunst begeeft hij zich in de betere kringen, rijdt -milieubewust- Tesla, geeft bedelaars (als hij muntgeld op zak heeft) een fooi en is absoluut overtuigd van de maatschappelijke idealen die zijn museum uitstraalt. 

Dat hij zijn twee dochters verwaarloost en de inconsequenties van zijn leven pas aan het eind van de film onder ogen ziet, maken van deze egocentrische man ook een tragische, mislukte figuur. Meer en meer raakt hij verstrikt in bewuste en onbewuste verwikkelingen rondom The Square.  
Is Christian een tragische figuur? Is hij naïef, laf? Of draagt hij geduldig de consequenties van de fouten van anderen en zichzelf? 

Jammer dat de film te lang is (maar niet op die momenten dat er een geweldige spanning geweldig volgehouden wordt), nogal wat losse eindjes kent en wel heel veel aan de kaak wil stellen. 




Maar er zijn tegelijk zoveel hilarische en komische en prachtige momenten in de film. 
Ik denk ook aan de rol die de kinderen spelen: Christians dochters die ruziënd binnen vallen en vaak zwijgend de onbeholpen genegenheid van hun vader aanzien. En de Turkse jongen die weliswaar irritant maar onophoudelijk blijft vragen om excuses omdat Christian hem ten onrechte beschuldigde van diefstal. Als de tiener zijn frustratie botviert op een prullenbak in de snackbar is dat een voorproefje van de gigantische ravage die Christiaan aanricht als hij vuilniszakken wanhopig openscheurt op zoek naar het telefoonnummer van de jongen. 

The Square is een satirisch drama, boordevol schokkende observaties over de westerse samenleving. Over de betekenis en de zeggingskracht van kunst. Of het vermeende tekort eraan. 




Vanwege dat laatste maakt een reclamebureau een heftig YouTube-filmpje om het kunstproject in de markt zetten. Als het filmpje viraal gaat, blijkt dat deze promotie zijn doel volstrekt voorbij schiet.

Het is één van de vele voorbeelden dat goede intenties door storingen en misverstanden de mist in gaan. Eenmaal in gang gezet nemen de gebeurtenissen hun onomkeerbare wending. 
Christian ziet te laat in dat hij medeverantwoordelijk is en er zich niet aan kan onttrekken. Ook al rijd je een elektrische auto, geef je een bedelares te eten, probeer je een ambitieuze baan en een gezin te combineren.  
Ook ik ben deel van een samenleving waarop ik ook kritiek heb. Ik rijd geen Tesla maar heb wel de mond vol van onrecht in de wereld en leef ondertussen een comfortabel leven. Ik ben opgelucht als Anne de one-night-stand ontmaskert als machtsmisbruik ("Je gebruikt je machtige positie om een verovering te doen") maar besef dat ik wel heb gekeken naar hun vrijage, die ik pas achteraf als ongemakkelijk ervaar. Met de recente #metoo-discussie in gedachten is de reactie van Christian (‘Je vond die machtsverhouding toch ook lekker en uitdagend’) een gemakzuchtige uitvlucht.  



The Square legt de alledaagse hypocrisie ongemakkelijk en pijnlijk bloot. Wij zijn allemaal een Guilty Bystander (Thomas Merton, Conjectures of a Guilty Bystander, 1966). 


Het slot van The Square geeft ook hoop. Christians tragische zelfverzekerdheid laat steeds meer barsten zien. Er komt ruimte voor onuitgesproken ‘conjectures’, gissingen dat hij in de ambivalenties van het leven andere keuzes kan maken. Aan het eind van de film laten kinderen zien dat fouten maken niet onomkeerbaar is. ‘Herstellen en doorgaan’ zegt de coach tegen de kinderen die dansen in een andere Square. 

Als de film eraan bijdraagt dat we onze `bystander apathy’ (iedereen gaat er vanuit dat een ander wel iets zal doen) onder ogen kunnen zien, heeft kunst (maatschappelijke) betekenis. 

Er zit wat mij betreft nog een intrigerende kant aan de film. The Square is ook de titel van een identiek kunstwerk dat Ruben Östlund zelf maakte (Design museum Vandalorum). Wil Östlund de egoïstische natuur van de homo sapiens aan de kaak stellen? Laten zien welke aap onder het dunne laagje beschaving verstopt zit? 

De kunstenaar van The Square komt in de filmversie niet in beeld. Enkel zijn naam wordt een paar keer genoemd. Zijn kinderlijk-eenvoudige installatie roept op tot wederzijds begrip en vertrouwen als bouwstenen van onze samenleving. 
Maar  “… man have reasons
For what they do
An’ what they say
An’ every action can be questioned …” (Bob Dylan. Outlined Epitaphs). 

Een ideaal hebben is tot daar aan toe. Er handen en voeten aan geven is iets anders (met dank aan Kees van der Zwaard voor deze observatie). Christian laat zien dat je dat kunt leren. Dat je je kunt bevrijden uit de schijnbaar onvermijdelijke misverstanden en gevolgen van je ideaal. En dat je het kunt: dat  ideaal leven en belichamen. Door niet in het veilige vierkant van je milieubewuste auto, je museum, je mooie idealen te blijven. Je moet dan wel je luxe appartement uit. En dat begint met gehoor geven aan het bonzen op je deur. En dan is er vast een kind dat vraagt: “Pappa, mag ik mee?” 

Je hoeft het niet alleen te doen. 




donderdag 21 september 2017

Verplaats je eens in mijn situatie | Zin in film | Deux jours, une nuit | Jean-Pierre en Luc Dardenne

Sandra (Marion Cotillard) krijgt vrijdagmiddag te horen dat ze haar baan kwijtraakt. De Chinese concurrentie (zonnepanelen) maakt dat haar bedrijf drastisch moet snijden in de kosten.
Haar zestien collega's krijgen van de baas de keuze voorgelegd: als zij hun toegezegde bonus van 1.000 euro laten schieten, kan Sandra blijven.
Een keus die het mooiste maar ook het heftigste in haar collega's naar boven brengt. Door haar vraag krijgen we een inkijk in wat zich achter de deuren van hun huis afspeelt. Al houdt de camera consequent halt voor de drempel van de voordeur. Privé en werk zijn wel te onderscheiden maar niet te scheiden. De reacties die naar buiten komen zeggen genoeg.
Een vriendin heeft geregeld dat er op maandag een herstemming komt. Twee dagen en een nacht krijgt Sandra de tijd haar collega's te overtuigen.
"Ik heb niet tegen jou gestemd," legt één van hen uit. "Ik heb voor mijn bonus gestemd."
In haar pleidooi en haar rondgang langs haar 16 collega's klinkt een paar keer de suggestie: 'Verplaats je eens in mijn situatie'.

De camera geeft ons wel een inkijk in het huis(gezin) van Sandra. Ze blijkt een kwetsbare vrouw. Ze slikt antidepressiva en haar partner Manu (Fabrizio Rongione) moedigt haar voortdurend aan niet op te geven. Sandra vecht ook tegen zichzelf. "Ik besta niet," zegt ze, een gedachte die menig werkloze zal herkennen.
Sandra wordt voortdurend heen en weer geslingerd tussen hoop, afwijzing, dankbaarheid, eenzaamheid en strijdlust.
Grote woorden, maar het script is heel ingetogen en natuurlijk. Geen citaten om in te lijsten. De camera zit Sandra dicht op de huid met mooi gespeelde scènes, veelal in één take en zonder opsmuk gefilmd.
De Dardennes maakten een sociaal-geëngageerde film die tot nadenken stemt. En net als Sandra wordt je heen en weer geslingerd. Tussen sympathie en verontwaardiging, moedeloosheid en woede.
Wat mij boos maakte? Hoe kun je werknemers reduceren tot verliesposten en collega's zo tegen elkaar uit spelen?
Maar ik kijk ook in een spiegel: Hoe zou ik reageren op de keus 'bonus of collega'?
Sandra is echter meer dan slachtoffer. Kijk hoe gelukkig (haar eigen woorden) zij aan het slot het kantoor verlaat als zij na de verloren strijd het aanbod van haar baas afslaat.

"Verplaats je eens in mijn situatie" Een simpele en indringende vraag.

zaterdag 25 februari 2017

Het leven in één woord: voort

Theater aan de Slinger was voor iets meer dan de helft gevuld. En toch prees de zanger Houten dat er zoveel 'liefhebbers van het donkere lied' deze vrijdagavond op zijn muziek waren afgekomen.
Het typeert het zwartgallig optimisme van Alex Roeka. 
Maar het werd geen donkere avond. De tonen van cynisme verraden hoop en optimisme. Hij opende niet voor niets met 'Ik wil leven'. 
Tijdens een zelfgekozen sabbatical raakte hij meer en meer verdwaald in de kroegen en krochten van het leven. De psychotherapeut bij wie hij te rade ging, stuurde hem weer de studio in en het podium op: voort! 
"Wat wil je zeggen met je liedjes?, was zijn vraag. 
"Ik wil leven - het dient toch nergens voor."  
Het is ook het openingsnummer op zijn tiende album 'Voort'. Het voorlopig hoogtepunt van zijn oeuvre. 

De avond ervóór was hij in De Wereld Draait Door om 'De Enkeling' van Jules de Corte een plaats te geven in het Nederlandse Songbook. Wij kregen het (nu zonder autocue) te horen als toegift op een bijzondere avond. Een veelzeggende keus: 

"De enkeling staat op, omdat ie zelf zijn weg wil kiezen
Hij vecht tegen het monster van de middelmatigheid
Hij zal zolang ie leeft bij voorbaat elk gevecht verliezen"

Zo vrij kiest Roeka zijn weg en zijn woorden. Hij is het verlies voorbij, zoals iemand die het monster van de leegte in de ogen heeft gezien. 

Veel van zijn liedjes leidt Roeka in - humoristisch en spitsvondig. "We leven allemaal boven een afgrond en iedereen heeft een manier om uit de muil van die diepte weg te blijven". Voor de één is het voetbal. Voor Roeka zijn het zijn liedjes en (eerlijk!) het applaus.
"De geschiedenis speelt zich af achter onze rug. We denken er invloed op te hebben, maar hebben dat niet: ander zou een psychopaat nooit de leider van het machtigste land ter wereld kunnen worden."
Zo prikt hij talloze illusies door om te zeggen wat is. Maar hij wil niet somberen. 
De lange ballade 'De Gouden Rattenval' knipt hij in drieën. Om zo ruimte te maken voor zingen in de storm: 'Gezegend zij die blijven hopen - ook als er geen hoop meer is'. 
'Gezegend in de rafels van het weten de poëzie kunnen blijven zien'. 

Voort! zei zijn psychiater toen Roeka dacht van een sabbatical gelukkiger te worden. Niks navelstaren, niks tot jezelf komen, ga weer schrijven en zingen!
Dat klinkt activistisch maar zijn liedjes zijn filosofisch beschouwend, kwinkslagen bij je neiging jezelf en het leven al te serieus te nemen.
In 'Moeder' blikt hij (wee)moedig terug op gemis en gemiste kansen. Het is tegelijk een hartverscheurende kreet: ‘kijk nog eens goed naar uw verloren zoon’. Die herwonnen relatie geeft ruimte om los te laten. 'Om die diepe band te voelen onder alle praten - om u te kunnen laten gaan'. 
En om naar zichzelf te kijken: rauw en eerlijk, maar ook licht, mild en vergevingsgezind.

De illusies van het leven met zijn beperkingen worden prachtig vertolkt in 'De Schoonheid Van Mijn Val'. Een mild-kritische correctie op het ideaal van perfect-zijn dat we vaak vertalen in middelmatigheid. "Misschien word ik wel onsterfelijk door de schoonheid van mijn val".

Roeka is een dichter die zingt. Een beschouwer van het leven dat ongrijpbaar is. En onzegbaar vermoeiend zou de Bijbelse Prediker zeggen. 'We zijn maar een flinkering ... elk moment is van alles opnieuw het begin' (Lied Voor de Komende Tijd).


  
Hij begeleidt zichzelf op gitaar en banjo, basaal en zonder opsmuk. Met een donkere, krachtige stem. Zijn teksten worden versterkt door zijn begeleiders. Ook bij hen niet meer dan strikt nodig. De aanstekelijke percussie van Jeroen Kleyn die ingetogen én met brede gebaren het ritme accentueert en vaart (voort!) maakt en multi-instrumentalist Reijer Zwart die 'de beste solo' van dit tournee speelt.

Opvallend veel Bijbelse beelden passeren: "maak van het water in mijn kruiken uitgelezen rode wijn; en geef glans aan het gedrocht van mijn eindeloze tocht door de woestijn" (Mooie Meid). "Ik wil aan je kruishout sterven" (Nog Eenmaal Zoals Toen). 



Roeka bedankt het Houtense publiek en complimenteert het intieme Theater Aan De Slinger met de mooie akoestiek. Direct na het optreden verkoopt en signeert hij cd's. Met een zweetdruppel aan de neus praat hij geamuseerd en oprecht geïnteresseerd met zijn gasten. 

Gaat voort! Geef niet op! 







zondag 16 oktober 2016


We konden er in de Opstandingskerk natuurlijk niet om heen: Bob Dylan heeft de Nobelprijs voor literatuur gewonnen.
Al ging de naam van Dylan al een tijd rond, de keus voor een singer-songwriter als Nobelprijslaureaat is opmerkelijk. Zoals Rob Schouten in Trouw (17 oktober 2016) schrijft: het is een verschuiving van literatuur naar de schone kunsten. Zouden naast een zanger/liedjesschrijver ook beeldende kunstenaars de Zweedse prijs uitgereikt kunnen krijgen? Dan komt hij misschien nóg wel eens in aanmerking...





We zongen die zondag twee liederen: 'When the ship comes in' en 'I shall be released'. Een intuïtieve keus die -eerlijk is eerlijk- was ingegeven door verzet tegen al te voor de hand liggende keuzes als 'Blowing in the wind' of 'The times are a-changing'...
Bovendien wilden we een verband leggen met het bijbelverhaal dat gelezen werd (Jozef die verkocht wordt door zijn broers, Genesis 37). Daarin spelen verraad en jaloezie, maar ook bevrijding en hoop. Thema's die de schorre bard regelmatig vertolkt.

Neem zijn lied 'When the ship comes in'. De aanleiding ervan is een futiel ego-dingetje. Wanneer Dylan met zijn toenmalige muze Joan Baez in een hotel wil overnachten, wordt zijn metgezellin met alle egards behandeld. Hem wordt echter een kamer geweigerd. Hij is te sjofel gekleed. Vertoornd over deze afwijzing schrijft hij die nacht dit lied. Over wraak en genoegdoening, over de ultieme overwinning dat de oorspronkelijke aanleiding ver overstijgt.
Het wordt een lied met universele trekken. Met apocalyptische tonen en Bijbelse beelden (in het slotvers worden de farao en Goliath verslagen).

Oh, the time will come up when the winds will stop
And the breeze will cease to be breathin'
Like the stillness in the wind before the hurricane begins
The hour that the ship comes in
And the seas will split and the ship will hit
And the sands on the shoreline will be shaking
Then the tide will sound and the wind will pound
And the morning will be breaking


Een schip nadert de haven.



Het doet me denken aan een middeleeuws adventslied dat de komst van Maria met kind als kostbare lading bezingt:
"Er komt een schip, geladen tot aan het hoogste boord,
draagt Gods zoon vol genade, des Vaders eeuwig woord"
(Liedboek | Zingen en bidden in huis en kerk, 434)

Schepen spreken tot de verbeelding. Het gaan en komen in de haven, het delen van de reisverhalen, de doorstane gevaren, de lonkende verten.
Bij de Egyptenaren en de Grieken speelde het schip een rol bij het bevaren van de doodsrivier. Een bijbels verhaal is dat van de ark van Noach, die de redding van Noach en daarmee van de mensheid mogelijk maakt. De kerkvaders introduceerden het schip als beeld voor de kerk, vaartuig niet voor de doden maar drager van het heil, van het vleesgeworden Woord en van de opvarenden.

Bij Dylan niets over de kostbare vracht van het schip. Maar net als in de Middeleeuwse Marialiederen vaart het schip niet naar de eeuwigheid, maar luidt haar binnenkomst in de haven een nieuw tijdperk op aarde in.
De aankomst van het schip heeft kosmische gevolgen. De natuur houdt de adem in, er is een stilte voor de storm, voordat het schip de wateren splijt. Zoals eens Mozes deed bij de Rode Zee. De bevrijding is op handen. De Morgen breekt aan.
En alles wat leeft, leeft op: vissen en meeuwen lachen; rotsen hebben het beuken van het water getrotseerd en gewacht op dit moment: het uur U:

Oh, the fishes will laugh as they swim out of the path
And the seagulls they'll be smiling
And the rocks on the sand will proudly stand
The hour that the ship comes in
And the words that are used for to get the ship confused
Will not be understood as they're spoken
For the chains of the sea will have busted in the night
And will be buried at the bottom of the ocean


Het schip heeft alle tegenslagen en stormen doorstaan.
Opvallend: ook de vervloekingen van mensen. Wellicht zijn er mensen die de terugkomst niet meer gehoopt of verwacht hadden. Hun vervloeking verzuipt in de golven, alsof er een machtswoord gesproken is, dat sterker bleek dan het woeden van de wind en het opjagende water. Een stem die de stormen stilt.
Een stem? Hoor, het blijkt een lied te zijn (dít lied misschien?).
Vraag is wie het zingt? De opvarenden?
Zoals de dichter bij de brug van Bommel ontdekt als hij 'de moeder de vrouw' op het dek ziet staan: 'en wat zij zong, hoorde ik dat Psalmen waren' (Martinus Nijhoff).

A song will lift as the mainsail shifts
And the boat drifts on to the shoreline
And the sun will respect every face on the deck
The hour that the ship comes in
Then the sands will roll out a carpet of gold
For your weary toes to be a-touchin'
And the ship's wise men will remind you once again
That the whole wide world is watchin'


Een lied klinkt, en een zandkleurige, nee gouden loper wordt uitgerold voor het oog van alle mensen. Als wordt de binnenkomst van het vlaggenschip geprojecteerd op alle beeldschermen ter wereld. "Alle knie zal zich buigen..." schreef een andere zeevaarder, de apostel Paulus.
Buigen doe je uit eerbied, maar het is ook een teken van overgave...

Oh, the foes will rise with the sleep still in their eyes
And they'll jerk from their beds and think they're dreamin'
But they'll pinch themselves and squeal
And know that it's for real
The hour when the ship comes in
Then they'll raise their hands sayin' we'll meet all your demands
But we'll shout from the bow your days are numbered
And like Pharaoh's tribe they'll be drownded in the tide
And like Goliath, they'll be conquered


Hadden de stuurlui aan de wal niet (meer) op de komst gerekend? Had de tocht langer geduurd? Komt het schip als een dief in de nacht? In ieder geval wrijven de mensen op de kade de slaap uit de ogen. Ze worden verrast.
Maar het is geen nachtmerrie.
De vrienden van Jezus dachten ook ooit in zo'n bange droom terecht gekomen te zijn. Eén van hen schrijft:

Meteen daarna gelastte hij [Jezus] de leerlingen in de boot te stappen en alvast vooruit te gaan naar de overkant, hij zou ook komen nadat hij de mensen had weggestuurd. Toen hij hen weggestuurd had, ging hij de berg op om er in afzondering te bidden. De nacht viel, en hij was daar helemaal alleen. De boot was intussen al vele sta
diën van de vaste wal verwijderd en werd, als gevolg van de tegenwind, door de golven geteisterd. Tegen het einde van de nacht kwam hij naar hen toe, lopend over het meer. Toen de leerlingen hem op het meer zagen lopen, raakten ze in paniek. Ze riepen: ‘Een spook!’ en schreeuwden het uit van angst. Meteen sprak Jezus hen aan: ‘Blijf kalm! Ik ben het, wees niet bang!’ 

[Petrus loopt dan over het water naar Jezus toe. Wanneer hij dreigt te verdrinken, grijpt Jezus hem vast].
Toen ze in de boot stapten, ging de wind liggen. In de boot bogen de anderen zich voor hem neer en zeiden: ‘U bent werkelijk Gods Zoon!’ (Matteus 14)

De wind gestild, de chaosmachten getemd.
In Dylans lied worden de vijanden overwonnen. Zijn dat mensen? Machten? Is het mijn angst?
In de slotregels krijgen ze namen: de legers van de farao van Egypte. Overwonnen door een nietig volkje van slaven. En de herdersjongen David is sterker dan de reusachtige braller Goliath.

In het Nieuwe Testament wordt ook zo'n lied gezongen, door een jonge vrouw.

Hij toont zijn macht en de kracht van zijn arm
en drijft uiteen wie zich verheven wanen,
heersers stoot hij van hun troon
en wie gering is geeft hij aanzien.
Wie honger heeft overlaadt hij met gaven,
maar rijken stuurt hij weg met lege handen.
(Lied van Maria, Lucas 1)

Protestliederen zijn zo oud als de Bijbel.



In die traditie zingt Dylan. Met als aanleiding een incidentje in een hotel is het een lied van overwinning geworden: "Free at last!"
En bijzonder: de eerste keer dat hij 'When the ship comes in' zingt met Joan Baez is tijdens de March on Jobs and Freedom, Washington, 28 augustus 1963.
Inderdaad, de massale demonstratie waar Martin Luther King zijn profetische toespraak hield: "I have a dream!"

...the morning will be breaking




maandag 29 augustus 2016

De ziel gaat te voet

Met een goede vriend ben ik met tussenpozen onderweg naar Assisi. Inmiddels zijn we de Eifel doorgestoken.
Elk dag lezen we op onze pelgrimage een verhaal uit de Fioretti, de bloempjes van Franciscus.


Zaterdagmorgen, nog vóór het ontbijt, verlaten we onze herberg. We ontdekten dat aan de andere kant van de heuvel het Franciscanerklooster van Vossenack ligt. De herbergierster had ons gezegd dat het voor geoefende lopers (had ze dat goed ingeschat?) twintig minuten lopen was. Het wordt een stevige klim en net op tijd bereiken we een uitgestorven internaatcomplex.



Op het grasveld vóór de kerk staat een prachtige sculptuur van Franciscus met de wolf van Gubbio. Eén van de verhalen uit de Fioretti, de bloemlezing verhalen over de man uit Assisi.
Het beeld raakt en ontroert me. Het gevaarlijke beest lijkt getemd door het kleine mannetje, het lijkt wel of ze dansen…


Inmiddels is er een auto gestopt. De bestuurder verdwijnt in het kerkgebouw. Hij lijkt ook echt verdwenen. De grote kerkzaal is leeg en ook in de dagkapel treffen we niemand. We bellen aan en na enig wachten verschijnt een pater. Hij is druk met de voorbereidingen van de mis. “Maar welkom!. Natuurlijk kunt u de viering meemaken, als jullie afdalen naar de crypte…”


Daar treffen we naast de chauffeur een dame aan. We schuiven in de bank vóór hen. Vijf mensen in een vrijwel verlaten complex vieren de mis. De pater durft het aan om enkele liederen op te geven en, mede door de krachtige vrouwenstem achter ons, klinkt het best.
Na afloop vertelt de pater dat hij ooit les gaf in Roermond en verontschuldigt zich voor de kleine bezetting vanochtend. Vakantie. De meeste broeders zijn ook uithuizig. Hij vraagt naar onze reis en we vertellen dat we in etappes onderweg zijn naar Assisi. Hoe lang denken we daarover te doen? “Tien jaar of meer? Dat heb ik nog nooit gehoord! Dan mag u wel gezond blijven…!”
Ik leg uit dat dat laatste de reden is dat we het plan dat we aanvankelijk voor na ons pensioen in gedachten hadden, maar naar voren gehaald hebben. En of we gezond blijven? Niemand die het weet.
Maar de ziel gaat te voet. Een pelgrimage brengt je op onverwachte plaatsen. En biedt onverwachte ontmoetingen.



Na de mis sta ik nog even stil bij Franciscus en de wolf. De heilige ging kennelijk niet alleen om met kwetsbare schepsels als vogels en armen. Ook de sterken zoekt hij op.
De inwoners van Gubbio worden geterroriseerd door een wolf. Het gevaar komt van buiten! In plaats van zich te verschansen achter de veilige muren treedt hij het gevaar tegemoet. Hij spreekt de wolf vermanend toe en zegt: toon je zwakheid. Laat de mensen van Gubbio weten dat je honger hebt.
Daarmee zou het verhaal afgelopen kunnen zijn. Maar Franciscus keert terug naar de stad en ook de bewoners krijgen een donderpreek. Zorg goed voor dat beest! Geef het te eten. Het ware gevaar schuilt niet buiten, maar in je eigen gewelddadige hart. Als je samen een gewelddadige wolf verzorgt en van eten voorziet, is het niet zo voor de hand liggend elkaar te verslinden…
Franciscus moet de wolf in zijn eigen hart wel erg goed in de ogen hebben gekeken om zo met het kwaad en zijn medemensen om te kunnen gaan. En te zoeken naar verzoening. Tussen mensen. Tussen mensen en de natuur. Tussen mens en God.
We hebben nog niet ontbeten. Maar met de bete broods van de eucharistie en dit verhaal lopen we welgemoed terug naar onze herberg. In stilte bid ik: verlos me van mijn zelfzucht, de hongerige wolf die nooit genoeg heeft.

De titel van deze blog en het idee op elke dag van onze pelgrimage naar Assisi te lezen uit de Fioretti ontleen ik aan het gelijknamige boek, De ziel gaat te voet | Met Franciscus Op Pelgrimstocht Naar Assisi. Auteurs: Herman Andriessen & Ciel Mooren.
Zij liepen een andere route dan wij. Dat is overigens één van de charmes van pelgrimeren naar Assisi. De route is niet voorgegeven en wordt ook niet massaal gelopen. Je zoekt en vindt je eigen weg.


dinsdag 29 december 2015

'Bevlogen van een vergezicht': dominee en dichter bij vogels


Vandaag wordt Jaap Zijlstra begraven. Vanuit de kerk die hem lief was, Zunderdorp.
Als eerbetoon aan hem en zijn werk als predikant, dichter en liedschrijver, maak ik deze op kerkliedwiki.nl de gegevens van zijn liedbundel 'Van harte brengen wij U lof. Liederen' (Kampen 1993) compleet. Een afwisselende bundel. Sommige werden opgenomen in andere bundels zoals 'Zingend Geloven' en de Evangelische Liedbundel. In 'Liedboek. Zingen en bidden in huis en kerk' werden 19 van zijn liederen en twee gedichten opgenomen.

Ik word getroffen door het Lied van de zwaluw, dat Jaap Zijlstra opdroeg aan Willem Vogel. Vreemd genoeg schreef de componist voor dit lied niet de melodie (wel voor talloze andere schrijfsels van de dominee-dichter).

Met een mengeling van bewondering, jaloezie en het besef van onbereikbaarheid beschouwt de dichter met beide benen op de grond de capriolen van de (gier?)zwaluw. Als een dichter schrijft de zwaluw zijn tekens aan het firmament. Hij behoort tot onze wereld, maar heeft als trekvogel ook een ander thuis. Hij nestelt in het huis van onze gebeden maar kent ook het land voorbij de horizon. 'Bevlogen van een vergezicht' dat in ons verlangen wekt van de grote zomer.

De theoloog Jaap Zijlstra deelde zijn liefde voor vogels met veel van zijn vakgenoten.
"Dat zich onder predikanten en theologen doorgaans veel liefhebbers van vogels bevinden, is niet enkel een uitvloeisel van Jezus opdracht in Mattheus 6,26, maar hangt ook samen met de voor het geloof vruchtbare ervaring, dat je meer ziet naarmate je beter leert luisteren."
(Jeannet Dekker in een stelling bij haar proefschrift: De rotsvaste fundering van Sion. Boekencentrum 2004).

De Anglicaanse priester en dichter RS Thomas was een verwoed vogelaar. Kort geleden werd een vogelhut naar hem genoemd in Ynys Hir estate (Wales).
Ook de Britse theoloog John Stott (1921-2011) was een enthousiast vogelaar. Hij muntte de term voor een 'nieuwe tak van wetenschap': orni-theologie. Zie zijn 'The birds our teachers'.

Ook in de gedichten van Jaap Zijlstra komen vaak vogels voor:

Meeuw

Je staat voor de verlichte hinderpalen
van een geheven brug,
verboden naar de hemel op te varen
of welke hoge vlucht.

Beneden je, boordevol licht,
in de wateren onder de aarde,
een in zichzelf verzonken schip
opvarende in de laagte

Je staat tussen wolken en water
verroert geen vin, laat geen veer -
de kanteling van een meeuw
en kijk, de brug legt zich neer.

(uit Boven de wind uit: Jaap Zijlstra en Loes Botman)

De laatste jaren plaatste Jaap Zijlstra elke avond (meestal tegen middernacht) een gedicht op Facebook. Op 8 december 2015 schreef hij zijn laatste bijdrage. Ook nu weer met een vogel-verwijzing:
“Facebook-vrienden, tot mijn verdriet deel ik u mee, dat ik niet langer gedichten zal plaatsen. Ik ben er niet meer toe bij machte. Als u iets verheugends voor mij wilt doen, schrijft u dan volgend gedicht nauwkeurig over en bewaar het [Bij deze]:

VERWACHTING
Als de dag begint te doven
en de zon mij niet meer ziet,
als de schemering gaat komen
en ik stil word van verdriet,
als de nacht valt en mijn vogel
niet meer opdaagt met een lied –
na mijn duisternis Uw licht,
na mijn zwijgen Uw gedicht.

vrijdag 4 december 2015

Letter vreten


Twee meiden van de stepgroep wilden dit keer zelf de bijbelstudie verzorgen. Op de vooravond van het heilig avondje moest het gaan over Sinterklaas.
Een bijbelstudie over een bisschop wiens sterfdag tot op de dag van vandaag gevierd wordt en vermengd is met allerlei heidense gebruiken?
Mijn zegen hadden ze.

De meiden hadden zich goed voorbereid. En allerlei weetjes verzameld. Het werd een boeiend en leerzaam avondje.
Alleen hun uitleg over het eten van (boter- en chocolade) letters bevredigde mij niet.
Als theoloog vond ik dat daar meer in zat. Maar wat?
Tot ik bij Okke Jager (in: Daglicht. Bijbels dagboek; hij heeft het weer van Anton van Duinkerkens legende 'De geschiedenis van sinterklaas') las dat de bisschop van Myra geen boeken heeft geschreven. Hij was namelijk bang dan te veel naar de letter verstaan en aan de letter gehouden te worden.



Op een bisschoppenvergadering (Nicea?) zei Nicolaas: "De geest kan het gespróken woord beter begrijpen dan van het geschreven woord. Zei de engel in het boek Openbaring niet tegen de apostel Johannes: 'Eet de boekrol op'".
Hierop concludeert Nicolaas: "Er worden te weinig boeken opgegeten. Ik zou wel willen schrijven, als ik het doen kon in eetbare letters. Het evangelie wordt meestal beter verstaan in letters van brood dan in letters van steen."
Hierin zit ongetwijfeld een zinspeling op Arius (inderdaad concilie van Nicea, A.D. 325), een theoloog die het evangelie probeerde in te voegen in het wijsgerig godsbegrip van die tijd. Hij bepleitte een absolute, ongenaakbare God. Jezus zag hij als een 'mindere' persoon. De wereld verzaken als een asceet was de levenstijl die Arius voorstond.
Als Arius nu leefde, zou hij tegen een vrolijk heilig avondje met chocoladeletters protesteren als was het ongeoorloofde overdaad. Alleen al dáárdoor (en dus niet alleen door zijn afwijzing van de Drievuldigheid) zou hij laten zien dat hij een ketter was, aldus Okke Jager.
Met zo'n ongenaakbare God kun je geen feestje vieren. Laat staan elkaar met rijmelarij plagen onder het genot van warme chocola en pepernoten.
Het geloof van Arius is niet eetbaar. Ketterijen lijken wel lekker, maar ze zijn uiteindelijk niet te genieten.
Terwijl, dat laat de eucharistie zien, God toch is om op te vreten. Neem en eet. Want God is goed.


The Square - Een pijnlijk ongemakkelijke satire

Met The Square won regisseur Ruben Östlund een Gouden Palm in Cannes. Met een kunstuiting fileert hij de kunstwereld die model staat vo...